© Ben Creemers
Marktonderzoek legt groot potentieel bloot voor voedsellandschap in RivierPark Maasvallei
- 10/04/2026
Het RivierPark Maasvallei staat bekend voor de Maas en haar plassen, maar ook voor vele authentieke Maasdorpjes, de struinnatuur met grote grazers en de veerpontjes op de grens tussen beide Limburgen. Nochtans wordt er ook heel wat kwalitatief voedsel geproduceerd in de vallei: er is fruit in het zuiden, groenten in het noorden en melkvee in de hele vallei, waarvan het grootste deel op de Vlaamse oever.
Welke rol kan lokaal voedsel, en de landbouwers die het produceren, spelen in een populair wandel- en fietsgebied als de Maasvallei? En op welke manier kan je samen aan een ‘voedsellandschap’ bouwen dat zowel economisch als landschappelijk iets oplevert? Dat was de centrale vraag van een marktonderzoek, dat de afgelopen maanden gevoerd werd in opdracht van VLM, RLKM, Boerenbond, Agropolis en Provincie Limburg.
Onderstaande resultaten werden vandaag gepubliceerd op de website
( www.rivierparkmaasvallei.eu/voedsellandschap/ ) van het RivierPark Maasvallei. Ze tonen aan dat er een breed draagvlak bestaat voor de idee om een ‘voedsellandschap’ verder te ontwikkelen aan de Maas. Zowel bewoners, bezoekers, toeristische ondernemers als landbouwers zien duidelijke kansen in beleefbare combinaties van landbouw, landschap, lokale producten en recreatie.
Sterke interesse bij bewoners en bezoekers, ook toeristische sector ziet kansen
Afgelopen zomer werden 1.178 bewoners en bezoekers bevraagd op drukke plaatsen aan de Maas en via online enquêtes. Maar liefst 80% voelt zich aangesproken door voedsel uit de streek. De grootste interesse gaat uit naar verse groenten en fruit (82%), zuivel (66%), eieren (62%), boerenmarkten (62%) en rustplekken met info over landbouw (59%). De meeste respondenten zijn bereid zich hiervoor maximaal een half uur te verplaatsen, vaak met de fiets.
Gedeputeerde voor toerisme Laura Olaerts, tevens voorzitter van het RivierPark Maasvallei: “Uit ons onderzoek blijkt duidelijk dat de interesse in lokale voeding groot is, zowel bij bewoners als bezoekers. Bewoners hechten daarbij vooral belang aan kwaliteit en gezonde voeding. Bezoekers laten zich dan weer sneller overtuigen door een correcte prijs en authentieke verhalen. Dat toont aan hoeveel potentieel er is om streekproducten nog sterker te verbinden met beleving in de Maasvallei.”
“Ook de toeristische sector ziet potentieel. Van de meer dan 70 bevraagde ondernemers voelt 74% zich aangesproken door dit concept. Zij zien vooral mogelijkheden in het doorverwijzen van hun gasten naar activiteiten, in marketing en communicatie en in het zelf aanbieden van meer lokale producten. Fiets- en wandelmogelijkheden, streekproducten en rust worden daarbij gezien als sterke troeven om bezoekers kennis te laten maken met het unieke karakter van de regio.”
Plattelandsactoren vragen haalbaarheid en ondersteuning
Gedeputeerde voor landbouw Inge Moors: “Afgelopen winter werden tot slot +30 actieve landbouwers bevraagd. Daarvan staat 62% positief tegenover het concept. De grootste interesse gaat uit naar laagdrempelige en praktisch haalbare initiatieven, zoals rustplekken tussen de velden (88%), een voedsel-leerpad (66%) en hoeves met mooie erfbeplanting (72%). Dat vergt een eenmalige investering, want tijd, administratie en economisch rendement zijn voor hen cruciale randvoorwaarden. Meer intensieve vormen van betrokkenheid zoals plukdagen (13%) en boerenmarkten (22%) kunnen op minder draagvlak rekenen. Het onderzoek maakt ook duidelijk waar de voorwaarden liggen. Naast financiële haalbaarheid en tijd geeft 83% aan dat hun bijdrage afhangt van het concrete rendement. Aan de andere kant zijn ze ook op zoek naar een beter imago en een betere relatie met hun omgeving en kan men ondersteuning gebruiken in promotie en communicatie (38%) en projectuitwerking (22%).”
Landbouwer Thijs Rutten van Biej Bôkke in Kinrooi: “Veel mensen weten vandaag niet meer waar hun voedsel vandaag komt, wat wanneer groeit of in welk seizoen bepaalde producten thuishoren. Net daarom is het belangrijk om landbouw opnieuw zichtbaarder te maken in het landschap en dichter bij de mensen te brengen.”
Van draagvlak naar gerichte uitwerking
De studie bevestigt dat een voedsellandschap in het RivierPark Maasvallei kansrijk is, op voorwaarde dat het model werkbaar blijft voor landbouwers en tegelijk aantrekkelijk is voor bewoners, bezoekers en toeristische partners. In een afsluitende workshop met landbouwers werd bevestigd dat eenvoudige vormen van samenwerking, acties die voortbouwen op bestaande recreatieve routes en extra communicatie de voorkeur genieten. De conclusie die het studiebureau Profacts meegaf aan de initiatiefnemers: een voedsellandschap werkt het best wanneer het inzet op zichtbaarheid, samenwerking, lokale afzet en beleving, zonder landbouwers te belasten met zware extra organisatie.
Gedeputeerden Moors en Olaerts besluiten: “Dit onderzoek bevestigt dat er in het RivierPark Maasvallei een breed draagvlak bestaat om landbouw, landschap en lokale producten sterker met elkaar te verbinden. De volgende stap is nu om partners en middelen te zoeken voor concrete realisaties aan de Maas. Door in te zetten op samenwerking en laagdrempelige initiatieven kunnen we de band tussen landschap, producent en bezoeker versterken”.
De VLM neemt de conclusies alvast mee in de concrete uitwerking van hun ‘landinrichtingsplannen’ in de Maasvallei, en werkt zo mee in de realisatie van rustplekken en een voedselleerpad. Dat gebeurt in tandem met RLKM, die bovendien voor landbouwers die hun erfbeplanting willen aanpakken kosteloos plannen opmaakt. Samen met Agropolis en Boerenbond werkt RLKM een strategie uit om landbouwers te ondersteunen in hun communicatie en tegelijk in routes en projecten van het RivierPark Maasvallei meer aandacht te besteden aan lokaal voedsel.
Kerncijfers
1.178 bewoners en bezoekers bevraagd
77 respondenten uit de toeristische sector
32 plattelandsactoren bevraagd
80% van bewoners en bezoekers voelt zich aangesproken door het concept
74% van de toeristische sector staat open voor het concept
62% van de plattelandsactoren staat positief tegenover het concept
82% toont interesse in verse groenten en fruit
83% van de plattelandsactoren koppelt deelname aan concreet rendement